Dennis & Lilian reizen door Egypte

Elefantine-eiland

Elefantine-eiland of Olifantseiland wordt zo genoemd vanwege de reusachtige granieten rotsblokken voor de zuidpunt van het eiland, die op een kudde badende olifanten lijken. Lang voordat Aswan werd gesticht lag op de zuidpunt van het eiland de faraonische stad Soent, die door het wilde water beschermd werd tegen aanvallers. Zij stond bekend als de Poort van het Zuiden en was het centrum van de cultus van de ramkoppige Chnoem, de ramkoppige god die de mensheid schiep aan zijn pottenbakkersschijf met klei uit de Nijl.

elefantine-eiland.jpg

De Nilometer

nijlmeter.jpg

Al vanaf de tijd van het Oude Rijk hield men de waterstand van de Nijl scherp in het oog. Het meten van het waterpeil scherp in het oog. Tot aan de 19e eeuw, toen de Westerse technologie grote veranderingen op het gebied van de waterhuishouding teweegbracht, werd de Nilometer op het zuidelijkste punt van Elefantine op gezette tijden afgelezen en werd de waterstand aan de rest van het land doorgegeven. De verantwoordelijken voor de landbouw en het onderhoud van dijken en kanalen wisten zodoende wat ze konden verwachten en ook de ambtenaren konden zo een schatting van de te heffen belastingen maken.

Abu Simbel

De tempels van Abu Simbel zijn gebouwd door de machtigste farao aller tijden, Ramses II. De ingang van de grote tempel is versierd met vier enorme beelden van de farao zelf. Het tempelcomplex markeerde de zuidelijke grens van het Egyptische rijk en was bedoeld om de macht van de farao’s te laten zien aan iedereen die vanuit het zuiden kwam.

De bouw van de tempels die op de westoever van de Nijl in de rotsen zijn uitgehouwen is begonnen in 1274 v.C. en heeft 30 jaar geduurd. De tempels raakten na verloop van tijd in verval en raakten uiteindelijke bijna helemaal bedolven onder het zand. De tempels werden nergens in de geschiedenis vermeld totdat in 1813 een Zwitserse onderzoeker ze bij toeval ontdekte. Over de grote tempel schreef hij: “Een compleet hoofd en een gedeelte van de borst en armen van een van de standbeelden steken nog boven het zand uit. Van het standbeeld daarnaast is het hoofd afgebroken en het lichaam zit tot boven de schouders in het zand. Van de twee andere beelden is alleen de hoofdtooi te zien.”

In het begin beperkte men zich tot het zoeken naar de ingang van de tempels, die in 1817 werd gevonden door een Italiaanse avonturier. Hij was diep teleurgesteld door het interieur en nam alleen een paar beeldjes mee uit de tempen en hield het na drie dagen voor gezien. Ruim 90 jaar later in 1909 werden de tempels helemaal uitgegraven.

kleine-tempel-buiten.jpg

De Kleine tempel – de tempel van Hathor

Deze tempel ligt ten noorden van de hoofdtempel van Ramses. Hij is kleiner en gebouwd ter ere van Ramses’ geliefde vrouw Nefertari. De tempel is gewijd aan de godin Hathor, de godin van de liefde, het plezier en de schoonheid, die in het oude Egypte het meest geassocieerd werd met de rol van de koningin.

 kleine-tempel-binnen.jpg

Voor deze tempel staan 6 beelden van 10 meter hoog. Vier van de beelden zijn van Ramses en twee van de koningin Nefertari. Binnen in de tempel is een hal met 6 zuilen met Hathorkapitelen. De muren zijn versierd met afbeeldingen van Nerfertari.

grote-tempel-buiten.jpg

De grote tempel – De tempel van Ramses II 

De grote tempel met zijn vier 21 meter hoge zittende kolossen is zeer indrukwekkend. Dit zijn de hoogste overgebleven beelden in Egypte. De handen alleen al zijn langer dan de lengte van een gemiddeld mens. Boven de hoofdingang, tussen de hoofden van de kolossen, zit een afbeelding van de zonnegod Re, met de valkenkop. De tempel is van binnen minder spectaculair. Hij is 60 meter diep in de rotsen uitgehakt. In de eerste zuilenzaal staan nog eens acht standbeelden van Ramses die aan de zuilen vastzitten. De reliëfs op de muren hebben soms nog de schitterende kleuren waarin ze meer dan 3000 jaar geleden zijn geschilderd.

 grote-tempel-binnen.jpg

In één van de zalen is te zien dat de reliëfs op de muren om een onverklaarbare reden niet zijn voltooid. De meest verre kamer is het allerheiligste, hier staan vier kleine beeldjes van de goden Ptah, Amon-Re, de goddelijke Ramses en Re-Harachte. Twee keer per jaar schijnen de eerste zonnestralen zo door de smalle tempelingang dat ze precies drie van de vier beeldjes vallen.

De verplaatsing van de tempels van Abu Simbel

Toen de Egyptische regering in de jaren 50 het besluit nam om de hoge dam te bouwen dreigde alle antieke monumenten langs het Nubische deel van de Nijl voorgoed onder water te verdwijnen, zo ook de tempels van Abu Simbel. Een aantal monumenten werd steen voorsteen afgebroken en op een hoger gelegen plaats weer opgebouwd. Omdat de tempels van Abu Simbel uit de rotsen waren gehakt konden deze niet steen voor steen verplaatst worden.

Om de tempel toch te redden werd er in 1964 een dam rond het tempelterrein gebouwd en werd de zandsteen geïnjecteerd met kunsthars. Vervolgens werden de tempels met de hand voorzichtig in stukken gezaagd.
De 2000 enorme rotsblokken, die per stuk ca. 22 ton wogen, werden 200 meter landinwaarts en 65 meter hoger weer als een enorme legpuzzel in elkaar gezet. Over de tempels werden twee met zand en grind gevulde koepels gebouwd om de vorm van de berg waaruit de tempels waren losgehakt te reconstrueren.

verplaatsing.jpg

Ook is het gelukt om de tempels in een positie te herbouwen waarbij weer 2 x per jaar de zonnestralen tot achterin de tempel rijken. Het is nu alleen één dag later dan dat dat vroeger gebeurde.
De hele verplaatsing duurde bij elkaar iets meer dan vier jaar en de tempel kon in 1968 dan ook weer voor het publiek geopend worden.